Kanoverhalen van 
KanoClub Zeeland


Een klein tochtje  in een klein wereldje.

Door Fred Leemans

Ik had zin in varen op de Westerschelde. Voor mij was het zelfs de eerste keer dat ik in dat gebied zou varen. Zelf had ik een vinger in de pap gehad om deze tocht gepland te krijgen. Voor mijn tijd bij de club stonden de Hooge Platen regelmatig in de agenda, mischien omdat er toen nog meer Zeeuws-Vlamingen in de zeekano te water gingen.
De monding van de Schelde heeft op mij een magische aantrekkingskracht. De kracht van de stroom, van eb en vloed, de onmetelijke ruimte met uitzicht op de Noordzeekust, de aanwezigheid van de mens in dit tijdloze oergebied met zijn steden, dijken en zeeschepen die nergens anders ter wereld zo dicht langs het strand varen. De altijd aanwezige vogels en onzichtbare vissen, de steeds wisselende aspecten van water en lucht doorheen de seizoenen steeds anders belicht. Ik kan er niet genoeg van krijgen.

Dus was ik gereed voor een prachtige tocht, een beetje vroeg naar mijn zin de boot genomen en overgestoken naar het strandje bij het geometrisch vormgegeven dorpje Hoofdplaat.Maar de mooie zomer had een bijzondere verrassing voor ons: mist. Tegen het eind van afgaand tij sleepten we onze boten de grijze modder in met niets anders te zien dan doorzichtige tinten grijs zonder onderscheid tussen water en lucht. Op de punt van de plaat rimpelden uit het niets grillige golfpatronen naar ons toe veroorzaakt door de schepen die we vlakbij maar onzichtbaar hoorden dreunen. Op de grens van het zichtbare, waar de horizon lijkt te zijn, doemden witte schimmen op die even zo groot leken als zeilboten, maar het waren gewoon meeuwen.

Een andere verrassing is van een geheel andere orde. Onze een beetje onbekende vaargenoot Frans blijkt wel heel erg bekend te zijn in dit gebied. Hij kent de boeien bij naam en toenaam en weet werkelijk alles van de topografie van de Schelde. We varen op kompaskoers langs de Hooge Springer en hij weet verdorie zonder kaart al naar welke boei we moeten uitkijken en ook nog eens dat het er een met topteken moet zijn. Frans blijkt als kartograaf bij rijkswaterstaat o.a.verantwoordelijk te zijn voor het aanbrengen en in kaart brengen van alle wijzigingen van de betonning. Ons respekt groeit met de minuut en we zijn zelfs een beetje verlegen om onze primitieve navigatietechnieken
Pas na anderhalf uur varen, we zijn dan ergens ter hoogte van Breskens, krijgen we wat meer zicht en ontwaren we een zandzuiger die onverstoorbaar doorgaat met het laden van een langszij liggend binnenschip. Als we een half uurtje later op de plaat de koffiekan openen breekt de zon pas echt door.
De rest van de tocht verloopt rustig en zonnig, keuvelend over koetjes en kalfjes zoals het verhaal van Evert die op een half uur de Westerschelde heeft overgezwommen.
Jammer van die mist, al is varen in de mist een bijzondere belevenis. Jammer dat we ook als agendamakers weer de mist in zijn gegaan want de tocht viel samen met de Kapelse dag waardoor de mensen van het vaste kanoclubpromotieteam niet mee konden varen.

Volgend jaar zal er wel weer wat anders zijn.