Kanoverhalen van 
KanoClub Zeeland


Verslag Waddentocht KCZ van 13 tot en met 19 september 2003

Deelnemers: Martine, Ton, Fred.
Afwezig met kennisgeving: Marius, Gert, Armand en vele anderen.

Laat ik er maar niet omheen draaien, de afwezigheid van Marius is een domper over het plezier wat we aan deze prachtige tocht hebben gehad, hij kon door omstandigheden op zijn werk niet mee.

Dag 1. Zaterdag, Vanuit Den Oever via de Mok naar Noorderhaaks. Windstil, zon, 32Km

Ton en Martine komen mij ophalen in Kapelle, ik verdrijf de twijfels in mijn hoofd over wat ik allemaal vergeten zou kunnen zijn en wring mijzelf en mijn spullen in de auto van Ton. Al voor de snelweg weet ik wat, de waterdichte wegwerpcamera vergeten… Den Oever heeft een mooie dorpskern aan de havens bij de afsluitdijk, maar er worden geen wegwerpcamera's verkocht.
11.00 uur zijn we aan de binnenhaven van den Oever, inladen…
12.15 het is gelukt, ALLES ZIT ERIN, alle beslissingen zijn genomen over wat wel en niet mee moet en dat zullen niet altijd de juiste zijn.
WE VAREN! Eerst om naar de sluis alwaar we al snel schutten met een groot aantal zeil en andere boten.
Eens buiten de haven zien we meteen drie zeehonden en is het water spiegelend glad en rimpelloos. De zon is er maar de einder is een beetje heiig waardoor de horizon naadloos overgaat is het zwerk. We hebben meteen prachtig zicht op den Helder, Texel is in de verte een luchtspiegeling van enkele landkammetjes. Waren eerst alle boten voor ons uit gevaren, door gebrek aan wind halen we alle zeilers in en zelf een reusachtige trimaran en catamaran dobberen lusteloos. De stroom in de geulen is sterk en om de overkant te halen steken we er een kwartslag tegenin richting Oudeschild. Na 2 uur varen bereiken we de overkant en sturen af op de NIOZhaven, we wachten galant tot de veerpont weg is en lopen vlak langs de veersteiger de Mokbaai in om even de benen te strekken. Ever later pedellen we het zeegat uit richting Noorderhaaks en ik verzucht dat het allemaal bijna net zo mooi is als Vlissingen…maar dan anders. Op de plaat tekenen zich in de verte opvallende silhouetten af die wel erg groot lijken, dichterbij gekomen blijken het de gedaantes te zijn van een tiental Peddelpraat leden en hun tentjes en kanos. Er zijn ook nog twee dubbel Kleppers met hun vaarders maar die gaan al snel weer weg. Twee kegelrobben stoeien onder de plaat als we eraan komen en de hele avond zullen ze bij ons in buurt blijven. We slaan onze tentjes op in het mulle zand boven de hoogwaterlijn, we denken aan Marius en vinden het allemaal heel vervelend. Tegen de schemering gaan we buurten bij de peddelpraters en genieten van hun vreugdevuur van wrakhout. Die nacht, met de geluiden van de zee aan onze voeten, met het fladderen van de tentjes in de zuchtende zeewind en de lichten van de vuurtoren van den Helder over ons heenzwaaiend is heel bijzonder… maar ook heel kort.

Dag 2, zondag, van Noorderhaaks overzee naar de slufter van Texel en dan naar camping de Robbenjager aan de vuurtoren. Vrijwel windstil, opkomende zon en stilte…30km

5.00 uur, wakker worden, grote zorgen of alles nog wel door de luiken kan, opkomende maan, de vuurtoren, groene en rode lichtjes op het water en glinstering alom.
6.00 uur, varen op de zee in het donker met een zwakke zuidenwind en prettig golvend water.
Ton gaat er als een jonge hond vandoor, denkend aan zijn strakke planning maar geen nood Ton, alles zal goed komen! Oranje gloed achter de duinen werpt streperige vlammen door de lucht, pas om 7uur het eerste geluid, een helikopter in de verte, dan schieten de kleuren als lichtflitsen door het water en in fel goudgeel priemt de zon boven de duinen. Ik besef met enige verwondering dat ik zelden of nooit eerder de zon boven de zee heb zien opgaan. Af en toe horen we een zeehond plonzen achter ons. 9.00 Nu blijkt voor het eerst hoe secuur de planning van Ton en Marius is want om 9.00 precies en volgens planning passeren we de drempel van de slufter. We glijden stil over het ondiepe water door een volmaakt landschap van zand en duintjes met de geluiden van verweg gakkende ganzen, de roep van scholeksters, van een enkel wulp en vele andere watervogels en met helaas de eerste wandelaars met hond. We ontbijten uitgebreid onderaan een hoog duin en alles voelt tijdloos alsof we al en week geleden de bewoonde wereld verlaten hebben…of komt dat door het vroege opstaan? Pas tegen 10.30 uur schuiven we verder langs het strand. Omheen de strekdam naar de vuurtoren alwaar de eerste echt zware opdracht volgt: de zware kanos overdragen over het hoge duin naar het kampeerterrein er achter, een kuitenbijter van de eerste categorie. Als we uren later wandelen onder de bleekroze vuurtoren doen onze benen het bar slecht en we keren rap terug. Martine, trots als ze is op haar eiland, vind dat de vuurtoren uit de grote opbrengsten van het toerisme wel eens een nieuwe verflaag mag krijgen. Ze heeft gelijk, zo'n vaalroze piek is maar niets. We gaan al vroeg naar restaurant Vliezicht, heel vervelend allemaal zo dat zicht op Vlieland en de Vliehors. Gelukkig belt de jaloerse Gert om ons wat op te vrolijken…We zien door onze verrekijkers vanaf de eettafel zowat het hele vaartraject van de volgende dag.

Dag 3, vanaf de vuurtoren van Texel met kentering laagwater door Robbengat richting Eierlandse gronden, omheen de Steenplaat naar het Engelmanschgat, met de Vliestroom mee terug naar de Vliehors, verder over het wantij naar Oost Vlieland, omheen de punt naar het zeestrand om te kamperen op camping Stortemelk. Zon en wolken, zeer zwakke wind, 28Km.

5.00 uur, eruit, de boten moeten weer door het duinpad, over het duin en over het strand. Deze keer kan Martine de boot wel volgeladen krijgen maar houdt dan nog van alles over. Paniek natuurlijk, Ton geeft toe dat hij dat gisteren ook had maar niets gezegd heeft. Ik zeg al helemaal niets…
6.50 uur te water.
In de lucht een grote bloemkoolwolk die als een enorme boogbrug tussen Vlieland en Texel staat en die van onderuit oranjeroze kleurt, en dan die bleekroze vuurtoren…een plaatje. We peddelen wat tegenstroom richting het zeegat tot voorbij de plaat en dan zien we tientallen zeehonden op de noordkant van de platen liggen. We tellen er meer dan dertig. Er zijn een klein aantal enorme reuzen bij, kegelrobben, die zich in de rustende groepen allerminst sociaal gedragen. Ze verjagen de kleinere zeehonden met dreigende bewegingen van die grote koppen en meerdere keren horen we ze rauw loeiend brullen, een indrukwekkend geluid waarvan Armand beweert dat hij het op zijn didjerido kan nadoen. Die Armand toch, was hij er ook maar bij, was er misschien een mooie dialoog ontstaan. We vergeten helemaal te pedellen maar wat geeft dat, de tijd staat alweer stil en de Vliestroom doet zijn werk. Het stroomt zo hard dat de boeien die we passeren een bulderend geluid maken. We leggen de peddels neer en drijven stom en volverbazing, overal zeehonden, de vuurtoren steeds verder weg, de tanks van de schietzone steeds dichterbij. De betovering wordt pas verbroken als we bij de in het water staande oude tanks aangespoeld zijn. Martine moet om bepaalde redenen uit de boot en met dat ze voet aan land zet komt een legervoertuig op haar afrijden. De militair toont geen enkele interesse in onze aanwezigheid, hij hijst de rode vlag en vertrekt. Op datzelfde moment, Martine is nog maar half in de boot, komt met hels kabaal de eerste straaljager tussen de wolken door naar beneden duiken. Laat het precies op dat moment 10 uur zijn. De schietoefeningen zijn begonnen. Verderop draaien we onze neuzen in de richting van al dat kabaal. Telkens weer zien we de straaljagers diep tussen de stapelwolken naar omlaag duiken tot laag boven de grond en dan met een enorm geraas weer omhoog. Daarna is er een doffe knal en ergens een stofwolk op de zandvlakte. Later horen we ze ook schieten met boordwapens, een snerpend geratel. Tot 6uur die avond gaat dat steeds maar door. Wij varen verder naar het wantij en dan in de richting van het posthuis. Voor het posthuis even de onafgemaakte sanitaire stop en dan naar Oost Vlieland. Het eiland, eerst een zandvlakte, krijgt daar een soort ruggengraat van duin, later steeds breder en bossiger wordend. Voor het dorp loopt onder het duin langs het water een fiets en autoweg. We ontmoeten een groep zeekanoërs van de NKB, die hebben net nu hun zeekamp op Vlieland. Aangekomen bij Oost komt rederij Doeksen naar buiten en we tellen een viertal groepen zeevaarders al dan niet te water. We besluiten om te varen naar het strand en slepen onze boten tot onder het duin waar ze blijven liggen tussen zo'n 50 andere. We halen onze spullen uit de kanos en dragen ze tot achter het duin waar we op de zeer uitgestrekte camping Stortemelk een intiem en genoeglijk plekje vinden. We maken een wandeling door het pittoreske dorp, koken een potje en kort na zonsondergang zijn we alweer overmand door slaap…Vlieland is een eiland om verliefd op te worden. Deze vaardag komt hoog in mijn toptien te staan!

Dag 4, rustdag volgens Ton en Marius, van Vlieland naar West Terschelling, over de gronden van Stortemelk, door het Schuitengat naar de Brandaris. Zonnig, beetje wind uit ik meen Oostelijke richting, 20 Km

Uitslapen tot 7.30, ontbijt, opbreken, spullen overdragen, kanos naar de zee slepen, in het zicht van twee groepen NKB-cursisten een beetje ongelukkig van start maar dan heerlijk varen in het zeegat tussen Vlieland en Terschelling. Voor ons gaat een cursist ondersteboven en wordt gered, we varen er ruim omheen. Zelfs bij dit rustige weer zijn de overgangen tussen stroom en vaster water erg onrustig. Hier moet je niet zijn met harde wind zoals Ton en Marius een paar jaar terug aan den lijve hebben ondervonden. De intocht in de haven van West is prachtig. Doeksen is net gearriveerd en in de langgerekte haven vormen vele grote platbodems en ander waddenvaartuig een kleurrijk en feestelijk spektakel. Twee en driemasters zijn bevolkt met grote groepen jolige scholieren en er is nog volop toerisme. We hopen te mogen overnachten op het vlakke grasveldje achter het jachthavengebouw maar de havenmeester is onverbiddelijk, het mag niet, ook nu niet en dan ook nooit niet! Dus varen we de haven weer uit en landen even verder aan bij de jeugdherberg. Karretjes onder de boten en een stijf kwartiertje lopen, kuitenbijter tweede categorie. Dan begint de beloofde rustdag! Lopen naar West, een vrolijke wandeling door het dorp met een voor mij wel zeer bizarre ontmoeting! Een drankje op een terras met zicht op het wad. Wat vervelend allemaal. Tot overmaat van ramp nog een gezellig eettentje en een overheerlijk maal dus het is wel weer bar. Gelukkig belt Marius zelf want wij durven hem niet te bellen. We zijn nu al 4 dagen samen onderweg en mijn pas getrouwde vaarmaatjes schijnen nog steeds geen hekel te hebben aan mijn permanente eigengereide aanwezigheid. Knap hoor!

Dag 5, West Terschelling, Schuitengat, Oosterom, over het wantij naar het puntje van de Koffiebonenplaat en dan het Boschgat uit omheen de Noordkaap naar het strand van de Boschplaat. Prachtig weer zon en een beetje wind, 30Km maar we verblijven vijfeneenhalf uur op het water

10.30 de terugsleeptocht zit erop, een dame met fiets wil alles van zeevaren weten, we gaan te water met kentering laagwater zodat we in de jachthaven moeten instappen, tussen de vieze rotzooi van alle ontwakende bootbewoners. Bah, ik denk dat mijn surfschoenen nog stinken. Met de bruine vloot mee naar buiten en dan weer ongelooflijk mooi weer. Is dit nou het wad? Makkie, niets aan, alleen je een beetje mee laten drijven naar het wantij en dan met afgaand water weer verder naar buiten. Was het maar altijd zo, maar dan had je ook geen stoere verhalen meer. We volgen de betonde vaargeul en halen redelijk op tijd het wantij. Onderweg passeren we een mosselkotter uit Bru en een aantal boten van de bruine vloot. Leuk is de noodzakelijke poging tot plassen op het water, hangend tussen twee kanos, lukt niet bij iedereen. Op het wantij kunnen we ineens mooie lange surfs maken. Eindelijk wat beweging in het water. Vluchten eidereenden in prachtkleed zoeken hun heil verderop. We varen het Boschgat uit en ronden de Noordkaap, de zee op waar mooie krullende brekers lopen en speuren naar een beetje verdekt plaatsje om te kamperen. We landen doorheen de branding en slepen de boten naar de duinrand. Er is niemand meer op de Boschplaat en de natuur is er overweldigend. Tussen de duinenrijen brede stroken water en platen met bloeiende zeeaster en ander moois, kleuren van blauw, paars tot diep roestbruin.Een koppel blauwe kiekendieven… We zien alweer het doel van onze volgende tocht, de roodwitte vuurtoren van Ameland. We wachten tot de schemering om de tenten op te zetten. Ze staan maar net of er komt een grote vierwielaangedreven truck onze kant op. Wordt dat boete betalen? Nee hoor, het is de truck van de KNRM die iemand van het wad afhaalt en vriendelijk naar ons zwaait. Ik ken de Boschplaat van eerdere bezoekjes in de winter, herken zelf de vorm van de schaarse boompartijen in de verte, ik weet hoe uitgestrekt het allemaal is. Maar toen moest ik telkens weer snel terug vóór het donker zoals alle toeristen. Nu mag ik blijven slapen! De nacht is onwerkelijk stil en toch vol van zeegeluiden. Droomzacht allemaal.

Dag 6, van Terschelling overzee door het Borndiep en het Molengat naar Nes op Ameland, daarna verder naar het wantij door Brandgat en Zuider Spruit naar de Hon. Zon, windkracht 3, de richting ben ik vergeten. 38Km, de langste tocht

6.30 Martine roept mij wakker (ik beweer voor het gemak geen wekker te hebben) De breed grijnzende kop van Ton is het eerste wat ik zie, de zon komt al bijna op, het strand, de zee, zicht op Ameland en verder niets. Ik voel mij diep ontspannen, al doet mijn linker kuitspier behoorlijk pijn. Hoe kan dat nou? Bij een kanotrektocht hoort spierpijn in de armen, toch? We glijden door de kalm aanrollende golfjes, als de toppen breken spatten verstuivende druppels glitterend over twee gele en een rode kano. Met spijt verlaat ik de Boschplaat maar als een beetje wind de zee in beweging brengt aanvaard ik mijn lot en richt mijn aandacht op de overkant. Het traject naar Nes voert pal langs de vuurtoren zodat het eerste deel van de tocht al snel gevaren lijkt. Met zicht op de vierkante kerktoren van Hollum moeten we echter weer ver de waterbak in om met een grote bocht terug te keren naar de lange strekdam bij Ballum. Dan is het nóg een heel eind naar de steigers van de veerboten te Nes. We zijn dan ook moe en hongerig als we eindelijk aankomen in de jachthaven en rusten een tijdje in de warme zon. De tocht zit er al voor meer dan de helft op. De tochtplanning van Marius en Ton is nog steeds onverbiddelijk dus moeten we weer de plas op naar het wantij. Hier valt ineens op hoe dichtbij het vasteland nu is, de stroomgeul voert ons tot dichter bij Holwerd dan bij Ameland. De rest van de tocht wordt wreed ontsiert door het onoverkomelijke zicht op het enorme boorplatform. Het onding staat in zee aan de andere kant maar is zo groot en zo dichtbij dat het wel op het duin lijkt te staan. Om dat felverlichte ding niet te hoeven zien besluiten we eensgezind te gaan overnachten op de wadkant van het eiland. Het wad is vlak en een grote zandplaat omhult een breed schorrengebied. Het is maar een uurtje na kentering hoogwater. Als we de boten een eindje over het laatste restje slik slepen doet Ton een profetische uitspraak:"het is gelukkig hard genoeg om met het karretje te rijden" Jaja… We zijn brutaal geworden en maken meteen een mooi tentenkampje onder een ruig begroeid duintje aan de rand van het schor. Er lopen ontelbare voet en karrensporen langs ons kampje maar er is niemand te zien. Duizenden eidereenden, scholeksters, standlopers en zeevogels zoeken in grote zwermen de voedselrijkste plaatsen op het wad. Er loopt een viervoeter met lange staart over het zand in de verte maar ik sla er geen acht op. Martine installeert zich behaaglijk in een stoeltje naast de tent en Ton en ik nemen kijker en fototoestel en gaan op pad. Even later wenkt Martine ons terug te komen, er is een trekker met grote aanhanger in de verte over de zandplaat in aantocht. Het blijkt een huifkar vol toeristen die even in het avondschemer over de plaat mogen lopen en dan vlug weer in de kar moeten…ze hebben ons niet eens gezien. We gaan weer de ruigte in, vele mij onbekende grassen en hoog duinriet met lange aren. Wat zijn toch al die kleine pootjes in de zanderige onbedekt grond? Overal holletjes en graafsporen, grotere platgewoelde slaapplaatsen, uitgegraven gangen. Het antwoord ligt bezaaid in het hele gebied: tientallen aangevreten grote vogels en kadavers van knaagdieren, om de tien stappen de volgende slachtpartij. Onmiskenbaar het werk van vossen. Als we beter opletten herkennen we duidelijk de voetsporen van minstens een volwassen en een kleiner dier. Ze moeten wel over het wad gekomen zijn.

Dag 7, de zwaarste, van de Hon, langs de munitiestortplaats omheen het Rif naar de Engelmansplaat, dan verder over het wad naar Lauwersoog, schutten, het Lauwersmeer op linksaf tot het eindpunt; de camping. Eerst somber en regen, slecht zicht en aanwakkerende zuidenwind, later weer stralend rustig zomerweer, 28Km

6.30 somber weer, nog vrijwel donker en een beetje miezerig. We moeten weg met laag water. We weten dat het water ver weg kan zijn want het schor is erg vlak. Gisteravond afspraak gemaakt zo snel mogelijk te vertrekken om later, na de kentering, ergens op een plaat rustig te ontbijten. Aankleden, tent afbreken, inladen, snel wat drinken. Schier is niet zichtbaar. Een flauw zonnetje klimt door de nevels. Het water is nergens te zien! Ton en Martine hebben een kano op een karretje gebonden en vertrekken richting het schor. Terwijl ik verder werk aan mijn spullen zie ik ze ver naar rechts afzwaaien en ze blijven maar lopen, om beurten de kar trekkend. Ik besluit zelf op stap te gaan, bind mijn kar onder en ploeg door het mulle zand naar de buitenste rand van het schor. Daar is het harder maar een dun groen laagje maakt het spekglad. Uitglijdend kom ik een paar honderd meter verderop in nat maar hard zand. De anderen lopen nog steeds, nu weer terug naar links. Als ze uiteindelijk de kano bij de rand van het water achterlaten zullen ze meer dan een kwartier lopen om de volgende op te halen. Ik sleep het hele eind alleen en raak helemaal buiten adem. Kuitenbijter extra categorie! Echt niet leuk, hoort erbij! Varen is een zegen, zeker na dat gesleep. De wind trekt aan, we zien de boortoren en vaag een grote zandplaat. Ton heeft een kaart van 2003 die redelijk klopt met de situatie ter plaatse maar de kaarten van Martine en mij, 2001, zijn in dit deel van het wad niet meer betrouwbaar (tot en met Terschelling ging het wel goed). We moeten Ton blind volgen. Veel langer dan ik verwacht had varen we in oostelijke richting en ik vermoed dat we noordelijker moeten om de oude munitiestortplaats te ronden. Maar Ton is op zoek naar een doorsteek die uit moet lopen op een groene ton. Rechts van ons zie ik nu de scheefgezakte uitkijktoren op de Engelmanplaat zodat ik met het boorplatform een kruispeiling kan maken. We moeten al een heel eind buitengaats zijn maar nog steeds geen boei. Mooie zeedeining met stevige wind zorgen voor een geweldig mooi stukje zeekanovaren. De vuurtoren van Schier verschijnt doorheen de grijze nattigheid en dan zien we pal oost meerdere boeien. We zijn al in het Westgat, verder dan we dachten en de groene boei was er gewoon niet.
10.15 uur.Vissersboten stomen op naar Lauwersoog, terug naar moeder de vrouw. Wij zwoegen verder tegen de wind omheen het Rif naar de Engelmanplaat alwaar we dus gaan ontbijten?! De twee voornoemde platen gaan nu bijna in elkaar over en van een op de kaart aangegeven betonde geul is niet veel meer over, de tonnetjes liggen op hun zij tussen flauw hellende oevers. Ik klim maar eens op de scheve toren. De einder is ook het eindpunt van onze vaarweek. Daar heb ik nou geen zin in. We gaan om 12.00 uur weg, met de vloedstroom mee en bereiken al om 13.30 de haven van Lauwersoog. De zon is weer gaan schijnen. We schutten en varen het Lauwersmeer op, linksaf , tien minuten verderop is de laatste camping. Op een glad en groen konijnenveldje spoelen we onze spullen (zodat niet alles meer knarst van het zand) We genieten nog een lekkere maaltijd in het bijhorende restaurant en het is afgelopen. De volgende dag, zaterdag dus, gaan Ton en Martine al om 8.20 op de bus om de auto te halen in den Oever. We zullen uiteindelijk pas tegen de avond thuis zijn. We kijken terug op een uitzonderlijk mooie vaarweek op de waddenzee en zullen heel wat te vertellen hebben aan onze achtergebleven kanovrienden.