Kanoverhalen van 
KanoClub Zeeland


The Isles of Scilly
(how wet can you get?)

Door Yvo Provoost
Na aardig wat heen en weer gepraat en na betaling van een “nice price” zweeft dan eindelijk de eerste van onze zeekayaks van de kaai het ruim in. Maar zover is het nog niet.
Ja daar!! Recht vooruit, fel gekleurde snavel, zitten ze te praten. Ze zijn enkele Frater culae arcticae of te wel Papegaaiduikers. Maar zover is het nog lang niet.

Nadat een vriend van ons heeft afgezegd vanwege nieuw werk, besluiten we om dan maar met ons tweetjes naar de restanten van Atlantis te gaan. Het zou er heel mooi moeten zijn, witte stranden, blauw water, warm klimaat en veel golven...
Ons vertrek gaat gepaard met regen en wind en vooral heel weinig zon. Het avontuur begint eigenlijk al bij “De Chunnel” (al bedacht door de Romeinen, maar toch nog maar een paar jaar werkelijk bestaand). We weten ongeveer de prijs wat het zou moeten gaan kosten, een ritje met de trein, maar dan wel met de auto met boten in de trein, naar Engeland onderdoor het Kanaal. De dame achter het loket heeft gelukkig hetzelfde “prijsidee” als wij en zodoende rijden we een half uurtje later een vreemde trein binnen. Tijdens de overtocht is er inderdaad helemaal niets te zien, zelfs geen verdwaalde vis. Maar het is een feit in “no time” ben je in een andere wereld en hier schijnt het zonnetje, en dat in Engeland.

'Heer bescherm de scheepvaart! Behaagt het U echter om
een schip te laten stranden, laat het dan hier op de
klippen van Cornwall lopen.'

Nog die zelfde dag bereiken we Lands End, het uiterste puntje van het vaste land van Engeland. Een ondergaand zonnetje levert een prachtig schouwspel op samen met een vuurtoren in de verte. In Penzance (vertrekhaven van de veerboot naar de Isles of Scilly) hebben we nog net kunnen informeren naar de mogelijkheden om met onze zeekayaks mee te mogen aan boord. We dienen de volgende ochtend rond een uur of acht bij de boot te staan, daar moeten we maar verder zien. Na onze eerste “Fish and Chips” besluiten we de nacht door te brengen ­onder een bordje waarop staat “no overnight stopping”, het is en blijft een moeilijke taal dat Engels.

Op tijd liggen onze boten bepakt en bezakt naast de Scillonian III die ons naar de eilanden zal brengen. Na aardig wat heen en weer gepraat en na betaling van een “nice price” en na enkele discussies over hoe “zij” het willen en hoe wij het willen, gaan onze boten dan toch op onze manier aan boord, uit het zicht voor zeker drie uur.

St Agnes.
Volgens de reisgidsjes zullen het drie stormachtige uren worden, niets is echter minder waar. We hadden het beter af kunnen kloppen. Aangekomen op het grootste en drukste eiland van de archipel, duurt het nog even maar dan komen toch onze kayaks weer uit de Scillonian. We sjouwen de boten zo snel als we kunnen naar het eerste het beste strandje, stappen in en varen weg, weg van de drukte...
De oversteek naar St Agnes is niet lang, maar is wel een mooi opwarmer­tje, windgolven van de ene kant en een mooi trage oceaandeining van de ander kant. Soms zit je in een golf op een dal...

De camping blijkt inderdaad daar te liggen waar hij op kaart staat gete­kend, in een baai met voornamelijk veel en grote rotsen. Maar het blijkt dat bij laag water onze camping een mooi zandstrandje heeft. We zetten onze tent op zo dicht mogelijk bij het water, een picknicktafel en tussen de koeievlaaien, soms is het leven nog niet zo slecht.
Bij laag water vormt St Agnes samen met Gugh één eiland waarvan eigenlijk alleen  SAgnes bewoond is. Wie er van houdt om van alles en nog wat in een rotsblok te zien, die kan zijn hart ophalen. Op en rond het eiland staat een aantal rotsblokken waar heel wat in te zien is...
Het eiland waar we op uitkijken blijkt volgens de boeken een natuurgebied te zijn en een waar paradijsje voor vogelliefhebbers.  En inderdaad op en rond Annet zijn erg veel vogels en enorme zeehonden. Ook de vogel waar­om we hier zijn laat zich zien, de papegaaiduiker. Met z'n fel gekleurde snavel en zijn raar gevormde lijf is het een leuk vogeltje om te zien, ze zijn niet echt schuw, maar tussen de enorme golven moet je toch wel de nodige moeite doen voor een goed gesprek. Zijn verre neef, de Razorbill, is een socialer type, deze alk met z'n typisch gevormde snavel zullen we nog veel vaker zien.

De hier wonende zeehonden zijn meer van het soort waakhond. Ze zijn niet zo tam als de “Pieteburen-typetjes” die in de Waddenzee rondzwemmen. Ze zijn daarentegen wel twee tot drie keer zo groot.
Heel in de verte zien we, tussen massa's schuim, de vuurtoren van Bishop Rock. Misschien voor een volgende keer?

Bryher
Nadat we onze overgebleven eieren aan een verbaasde campingbuurvrouw hebben gegeven, varen we via de Norrard Rocks met eilandjes met diepzinnige namen als Illiswilgig,  Gweal en Scilly Rock naar de noordpunt van Bryher, Shipman Head, dichtbij Hell Bay. Als we de boeken goed snappen hadden ze het beter Shipman Wreck kunnen noemen...
Onder toeziend oog van Cromwell's Castle (ooit(?) bedoeld om de “Dutch” buiten de deur te houden) varen we New Grimsby Sound binnen. Bij Hangman blijkt een mooi baaitje met zandstrand en postkantoor te liggen. We stappen uit en gaan het eiland eens van boven af bekijken.
Bryher is vergeven van de bloemen en tussen tien en vijf ook van de toeristen. Het eiland is zo groot dat het in één ochtend goed rond te lopen is en dat doen we dus ook. Vanaf de zuidpunt van het eiland zijn we getuige van de wereldkampioenschappen gig racing. Wereldkampioenschappen houden in dit geval in: “Engelsen van het vaste land” (veel), eilandbewoners (een paar), en een stuk of vijf buitenlandse teams.
De noordkant van de eilandengroep is een ware speeltuin, grote golven, brekers, rotsen en vuurtorentjes en tussen de rotsen door soms hele mooie surfgolven.

St Mary’s
Nadat een noorder storm zowat de hele camping op St Martin’s heeft verwoest, beslui­ten we, na een nacht in het mannentoilet met om het uur doorspoelende urinoirs, om toch maar een dag eerder naar St Mary's te gaan. Zodoende missen we wel de waarschijnlijke begraafplaats van King Arthur die zich ergens op de Eastern Isles moet bevinden.
Het voordeel van een dagje eerder terug is wel dat we de plaatselijke pub met een bezoek kunnen vereren.
De camping op St Mary's is op een schitterende plaats gelegen, alleen niet voor kanovaarders. Midden in het fort op het hoogste punt van het eiland is een prachtige camping, alleen hoe kom je daar? Wel, met de jeep van de eigenaar. En alles wat we niet nodig hebben op de camping kunnen we gerust achter laten op het strand, het is even wennen...
Op de laatste dag besluiten we om het eiland te ronden voor we vertrek­ken. Het zou net moeten kunnen, ook met de harde wind. Een uurtje voor “inlaadtijd” liggen onze boten weer naast de Scillonian III (deze keer leeg, onze boten wel te verstaan).
De terugtocht zou iets minder aangenaam worden.

algemeen

 

Gebruik makend van de Kanaaltunnel is Lands End binnen een dag goed te bereiken. Alleen even er aan denken dat je links moet rijden als je de trein uit komt.
De Isles of Scilly bestaan uit zes wat grotere eilanden en ontelbaar veel kleine eilandjes en rotspunten. Ze vormen samen een eilandengroep die zo'n vijftig kilometer van het vaste land van Engeland vandaan ligt, bij mooi weer zou de oversteek eventueel te doen kunnen zijn. De eilanden zijn vanaf Lands End niet te zien, en onderweg zul je ook niets dan enkele boten tegen komen.

Het gebied is niet geschikt voor kilometervreters, maar wel voor mensen die van spelevaren en van de natuur houden.
Het weer is er in principe altijd beter dan in Engeland (er groeien zelfs palmbomen), maar het zeewater is niet echt warm. Het weer kan er echter in zeer korte tijd radicaal omslaan en vooral aan de buitenzijde van de eilandengroep kan het dan fantastisch spoken, tussen de eilanden zelf kun je vaak nog wel wat beschutting vinden.
Stroming is er nauwelijks, alleen tussen St Agnes en St Mary's is er soms een merkbare stroming.
Wildkamperen is ten strengste verboden en wordt ook door de eilandbewoners niet gewaardeerd, gezien alle natuurschoon is dit maar goed ook.
Het is aan te raden om de overtocht met de boot van te voren te reserveren, je kunt ook op goed geluk naar de kade gaan, maar de kans dat je dan een paar dagen moet wachten is best groot (het geluk zij met de “dommen”). De “nice price” die we moesten betalen voor beide kano's samen bedroeg zo'n 65 pond, ongeveer het zelfde als voor een persoon!!!

Reserveren kan bij: 
Isles of Scilly Steamship Company Limited
16, Quay Street
Penzance

 

Op de heen- of de terugweg dien je natuurlijk nog een bezoek te brengen aan Stonehenge.