Les
Oueds du Haut Atlas.
De
bergstromen van de Hoge Atlas.
4 april - 11 april 1993.
Door Yvo Provoost
De Hoge en de Midden Atlas bestrijken van Oost naar West
een gebied van meer dan 600 km. In dit gebied bevinden zich
vele bergen die de 3000 m. halen, een tiental reikt zelfs boven
de 4000 m. Tussen deze bergen bevinden zich de kloven waarin
de bergstromen zich een weg naar beneden zoeken. Zeker ten tijde
van het smelten van de sneeuw is dit gebied dus bij uitstek
geschikt om te kanoën, te raften of om te wild-water-zwemmen
(hydrospeed).
In de maanden maart/april is de temperatuur overdag zo'n 25
tot 30 graden, terwijl hij, toch zeker op grotere hoogte, 's
nachts kan zakken tot rond het vriespunt.
Om kwart over zeven zondag
ochtend 4 april sta ik bepakt en bezakt te wachten op mijn
medereizigers (of lotgenoten) op het vliegveld Orly Sud. Een
kwartier later komen een paar peddels met de bijbehorende
eigenaren de deur door. Op de klok 4 uur, maar voor ons 3
uur vertraging plus 3 uur vlucht en 2 uur tijdsverschil, later
stappen we de warmte van Marrakech binnen. Nog eens een half
uur later zitten we in de 4x4 van Pascal op weg naar ons hotel.
Daar aangekomen vlug onze spullen op de kamer gezet, trui
opgeruimd om deze middag nog Marrakech te kunnen verkennen.
Marrakech is een redelijk grote stad met een chaotisch verkeer,
allerlei toeristen, minaretten en een wekelijkse markt. Deze
markt, Souk geheten, is een combinatie van onze markt, een
rommelmarkt en koninginnedag, maar dan nog erger. Het is er
een drukte van jewelste en er wordt van alles verkocht, dit
gaat gepaard met het nodige lawaai, aandacht trekken en allerlei
geurtjes. Op deze markt niet alleen dingen om te kopen maar
ook om naar te kijken zoals bokswedstrijden, slangenbezweerders,
aapjeshouders en verhaalvertellers. We verlaten nu de Souk
om de binnenstad te gaan bekijken, dit onder begeleiding van
een gids (overigens geen overbodige luxe; De kans is groot
dat je zonder gids de stad niet meer uit komt). Het is hier
zo mogelijk nog drukker, er hangen hier nog meer in- en doordringende
geuren en de verkopers kunnen het niet nalaten om toch maar
te "vragen" of je "alsjeblieft" eens binnen
wilt komen kijken. Deze binnenstad van Marrakech is, soms
open en soms overdekt, rijk aan opgewonden stemmen, vele kraampjes
en winkeltjes, handwerkslieden en een overvloed aan "authentieke"
artikelen.
L' Ourika:
28 km klasse III - IV (enkele V), 18 verval
enkele lage voetgangersbruggetjes opgebouwd uit boomstammen.
Het is de ochtend van de grote
dag, vandaag gaat het beginnen, voor alle deelnemers (6 man
en 2 begeleidende vrouwen) een verkenning van de Marokkaanse
stromende wateren.
Snel de boten op de LandRover en de Toyota, de benodigde keuken
en kampeerspullen in de betreffende auto's geladen, de langslapers
opgehaald en vertrokken naar de eerste rivier.
Deze eerste rivier dient als kennismaking. Voor de gids om
te zien hoe wij kunnen varen, voor ons om te wennen aan het
snel stromende water en om te wennen aan onze boten. We varen
een niet al te moeilijk stukje van zo'n 12 km af. Het water
stroomt hard en is ijskoud, we passeren een paar dorpjes,
die hogerop aan de rivier liggen (om ten tijde van hevige
overstromingen niet weg te spoelen) en bijna even rood zijn
als de aarde rondom waaruit ze zijn opgebouwd.
Een enkele verblokking en een enkel walsje zorgt voor een
leuke klasse III rivier en mede door de aanwezigheid van de
hevig brandende koperen bol aan de hemel hebben we het best
naar ons zin.
"We slaan ons kamp op op de bodem van het stuwmeer".
Gedurende een ruim drie uur durende autorit verlaten we de
drukte van Marrakech. Via een enkel dorpje en langs kilometers
irrigatiekanaal komen
we uit eindelijk bij de bergpas die ons naar onze volgende
overnachtingsplaats moet leiden. Deze nacht zullen we kamperen
langs de oevers van het stuwmeer Bin-El-Ouidane. Eigenlijk
is oevers wel wat veel gezegd, doordat het stuwmeer zo'n 15
m. lager staat dan het ooit heeft gestaan (de laatste keer
was waarschijnlijk in 1972), slaan we ons kamp eigenlijk op
op de bodem van het meer.
Deze avond staat ons eerste Berberse gerecht op het menu,
de rest van de week zullen we moeten eten wat de Berberse
pot schaft, wat ons overigens niet echt slecht zou bekomen.
We besluiten de eerste vaardag gezellig aan het kampvuur.
Ik luister geboeid naar de sterke verhalen die, in het Frans,
de overige deelnemers vertellen, we zullen nog weleens zien.
Tevens bespreken we de rivieren voor de komende dagen, een
enkeling wordt al stiller. Niet al te laat gaan we slapen,
sommigen onder ons nemen de kans waar om onder de blote hemel
te slapen, alhoewel het met die maan boven ons wel erg licht
is.
L'Oued El Abid:
98 km klasse II, III, IV, V (misschien enkele overdragingen
afhankelijk van de waterstand),
enkele schitterende kloven.
Na een ritje door de bergen
komen we aan bij een rustig kabelende rivier. Tijdens het
afladen en omkleden, worden we door de plaatselijke jeugd
beschouwd als het zoveelste wereldwonder. Na een paar uur
zonnebaden op een WW-II riviertje besluiten we iets te gaan
eten, het eten wordt (zoals bij alle
volgende tochten) ter plekke klaar gemaakt door de twee begeleiders.
Zo meteen moet het betere werk gaan beginnen. En jawel plotseling
doemt voor onze neus een schitterende kloof op die geblokkeerd
wordt door een passage die zo op het eerste gezicht onbevaarbaar
lijkt. Een nadere studie laat zien dat het net moet kunnen.
Zodoende zakken we één voor één de kloof binnen en kijken
nog eens achterom naar deze eerste echte stroomversnelling.
Er zullen er nog vele volgen. Eén van ons besluit wijselijk
om over te dragen.
"De inlanders zwaaien en lachen vriendelijk, waarschijnlijk
verklaren ze ons voor gek."
De stroomversnellingen op de El Abid zijn voornamelijk van
technische aard. Ze zijn enorm verblokt, onoverzichtelijk
en de meesten een honderdtal meters lang. Al slalomend langs
stenen, door walsen en over golven zakken we de rivier af,
na elke versnelling glunderende gezichten: "Dit is mooi
varen". De rivier biedt ons naast een mooie klasse III/III+
een schitterend schouwspel van ongerepte natuur, de enkele
inlander die we ontmoeten zwaait en lacht vriendelijk (ze
zullen ons waarschijnlijk wel voor gek verklaren). De rivier
gaat, zodra we stuwmeer naderen, als een nachtkaarsje uit.
Door de lage waterstand van het meer, volgen we de oude bedding
en moeten we enorm op onze hoede zijn voor naar beneden stortende
grondmassa's. We sjouwen de kano's naar boven en laden snel
alles op, er staat ons weer een rit (over o.a. onverharde
weg) van een paar uur voor de boeg.
L'Oued Ahaneçal (of
Ahansal):
80 km II, III, IV en V waarvan 45 km mogelijk per raft, waarschijnlijk
één van de mooiste rivieren van Marokko.
We overnachten aan de voet van
"De Kathedraal", een schitterende rotsformatie,
vooral bij een ondergaande zon. We eten vanavond spaghetti
met tomatensaus en omelet, de drankvoorziening is gevarieerd
vanavond. We kunnen kiezen uit: Wishkey, Wodka, Pastis, Cola
(gekocht in een klein, verstopt bergdorpje) of water.
Vanochtend gaat al onze bagage op de muildieren die gisteravond
aangkomen zijn. Zelfs de 4x4's kunnen niet bij onze volgende
overnachtingsplaats komen.
Deze dagen vaart ook de raft mee, we varen door een grote,
flink beboste kloof. Het water is wild, veel golven en walsen,
maar niet verblokt. Ondanks
dat moet er toch één van de kanoërs zwemmen,
na veel pijn en moeite lukt het om alles van deze onfortuinlijke
te bergen. Zonder verdere problemen komen we bij Tillouguite
waar de rivier zich opeens versmalt tot bijna 2 m, de raft
kan er nog net door. Vanaf hier begint het echte werk wordt
er beweerd, diegenen die niet zeker zijn van hun eskimoteerkunsten
worden verzocht plaats te nemen op de raft, er blijft nog
één kanoër (plus een kanoënde begeleider) over. De overigen
kijken me meewarig aan.
"Eén van de kanoërs vindt het nodig om nadat hij onvrijwillig
uit een wals gelooped is, te gaan zwemmen".
En inderdaad de rivier wordt na enkele kilometers een woest
schuimend geheel, de passages zijn lang en, door de hoge golven
en walsen, onoverzichtelijk. Rotsblokken zijn bijna niet te
zien door de bruin-grijze kleur van het water, maar na elk
overspoeld rotsblok bevindt zich een enorme wals. Ook de 8
man + cameravrouw op de raft hebben hun handen vol. Op deze
rivier zijn, toch zeker met deze waterstand, keerstromen bijna
niet te vinden, zeker geen die groot genoeg zijn voor de raft.
Als we inderdaad in een keerstroompje liggen, komt de raft
meestal dansend voorbij. Als je hier moet zwemmen dan kun
je er bijna zeker van zijn dat je volgende 30 km "mag
zwemmen". Hier een losse boot bergen is eigenlijk onmogelijk.
Plotseling zien we dat de raft aan de kant ligt, een geultje
van een droogstaande rivier geeft ons de mogelijkheid om ook
uit te stappen. We gaan kijken waarom. Een brug opgebouwd
uit stukken steen en boomstammen en bedekt met grond geeft
ons de mogelijkheid om een blik op de rivier te werpen. Oeps.....,
onder ons kolkt en bruist de rivier zoals je dat soms op televisie
ziet. De stroomversnelling is bijna 200 m. lang en ligt in
de bocht van de rivier, heeft een paar leuke walsen en rollers
als atractie, een paar kleine keerstroompjes geven de kanoërs
de mogelijkheid om even op adem te komen. De rivier blijft
ook tot aan ons kampement overdonderend.
Vanavond slapen we in het berber dorpje Izeroualène.
Het is een dorpje met een versterkte bewaarplaats voor allerhande
zaken. Dit soort torens kom je door de hele Atlas tegen, ze
zijn vaak enkele verdiepingen hoog en voorzien van kleine
ramen c.q. schietpoortjes en kunnen van onderuit verwarmd
worden. Onze tenten en kookplaats zetten we op tussen de irrigatiekanaaltjes
die het dorpje van het benodigde water voorzien.
Vanavond onze eerste echte Cous-cous, na het eten zoeken de
meesten al snel tent en/of slaapzak op, het is een overweldigende
dag geweest. Zelfs hier op meer dan honderd meter boven de
rivier hoor je de Ahaneçal bulderen, maar slapen zal
ik......
De volgende dag gaan de muildieren met onze spullen weer terug
naar de auto's. De vaarders maken zich op voor nog een dagje
heftig water.
De rivier wordt iets rustiger en stroomt steeds door schitterende
kloofjes, sommige stukken zijn zelfs maximaal 3 m. breed.
De Alhaneçal blijft leuk (rustigere stukken afgewisseld
met moeilijke stroomversnellingen) en heeft zo af en toe nog
wat leuks in petto, zo af en toe nog iets heel leuks.....
Zoals "Le gros drossage" vlak voor de ingang van
een kloofje, een passage waar zelfs de raft een anderhalve
meter hoger langs de rotsen wordt gesleurd. Na een zalige
middagpauze in een mooi kloofje bereiken we al spelevarend
weer het stilstaande water van het meer, nog 10 km en we kunnen
ons kamp weer opslaan, als de auto's er al zijn.
L'Oum Er Rbia:
"De moeder van het voorjaar"
90 km klasse II - V met enkele spectaculaire passages, vooral
eind mei stroomt deze rivier door een zeer fraai landschap,
alles staat dan in bloei.
We staan vroeg
op want we hebben nog een lange reis voor de boeg voordat
we bij de 40 bronnen van de Oum Er Rbia zijn.
Bij aankomst durft een enkeling op te merken: "Il y a
peu d'eau". "Heureusement" , denken de meesten.
Na het volumineuze karakter van de vorige rivier krijgen we
nu een rivier die door zijn verblokkingen en onoverzichtelijkheid
een hoge gradering mee heeft gekregen.
"Il y a peu d'eau".
"Heureusement".
We gaan uiteindelijk met z'n vijven een afvaart wagen, wanneer
na een paar honderd meter het puntje echter nogmaals bij het
paaltje komt, gaan we nog maar met
vier kanoërs verder. Direct al worden we in beslag genomen
door de hevige verblokkingen, de gids kent het water gelukkig
goed en loodst ons zonder al te grote problemen door en/of
langs de moeilijke versnellingen. Mijn mede vaarders met al
hun grote verhalen beginnen langzaam maar zeker steeds vaker
door de mand te vallen.
Na een paar kilometer een enorm verblokte passage die begint
met een sprong van bijna 4 m, mijn zenuwen staan op het punt
van ontploffen, maar toch de sprong maar gewaagd. Met een
enorme douche duik ik de stroomversnelling in en kom er weer
heelhuids uit, m'n twee mede vaarders verklaren me geloof
ik voor gek.
Tot aan Tanfnit blijven er versnellingen komen die niet ver
onder de IV zakken (ze gaan wèl hard naar beneden). Na acht
kilometer komen we nog een passage tegen waar een niveau verschil
van 5 à 6 m. wordt overbrugd door 2 enorme walsen!!
Na één (bijna) onbevaarbare stroomversnelling komen we moe
(en blij dat we nog leven) aan bij Tanfnit, alwaar we ons
laatste bivak op slaan. Een verrassing: de overigen hebben
alles al op gezet, dus alom rust voor het eten. Nou dat had
ik gehoopt, voor de jeugd van het naburige dorpje zijn wij
toch wel iets heel bijzonders, zij stromen dan ook in grote
getale toe om eens te komen kijken. Wanneer je echter een
foto van ze wil maken, gaan ze er echter als de bliksem vandoor
(hun geloof zegt hen dat door het nemen van hun foto, hun
ziel meegenomen wordt).
Het is zaterdag, onze laatste vaardag. We besluiten ter cooling-down
nog eens twintig kilometer van de Oum Er Rbia af te zakken,
iedereen vaart weer mee. Bij Tillouguite Al Assa, na ca. 5
km. Ardennen-achtig vaarwater sluit ook één van de meereizende
dames zich bij ons aan. De rivier is haar woeste karakter
verloren en stroomt nu gemoedelijk door een schitterende natuur.
"We zien hier meer schildpadden dan mensen, eigenlijk
best wel benijdenswaardig"
Het is een speels stukje vaarwater met leuke stroomversnellinkjes
en honderden waterschildpadden, in grootte variërend van 5
cm. tot 35 cm. Vlak voor El Borj bevindt zich nog een leuke
stroomversnelling, de rivier wordt hier zo'n drie meter breed
en dat over een lengte van honderd meter, een soort wildwater
glijbaan!!
We gaan weer terug naar Marrakech, een reis van meer dan 5
uur, 's avonds zitten we weer in het restaurant te eten en
de volgende dag rond het middag uur stijgen we op vanaf het
vliegveld, terug naar Parijs, terug naar de drukte.
In totaal bijna 1500 km auto,
ruim 100 km water, 6 uur vliegen en bijna 100 foto's later
sta ik weer terug in Terneuzen, toch best wel tevreden.
Technische
gegevens:
Resumé van de door ons bevaren gedeelten:
L'Ourika: 12 km WW-III,
met een verval van 18. Een niet al te moeilijke
rivier met helder en ijskoud water.
L'Oued El Abid: 20 km WW-II - WW-III+, de eerste kilometers
zijn enorm makkelijk. Het is echter niet mogelijk
om stroomafwaarts in te stappen. De kloof hierna biedt
echter verrukkelijk WW-III in een prachtige omgeving.
L'Oued Ahanel: 45 km WW-III - WW-IV+. Dit is echt
een volume rivier met veel walsen en golven. Er zitten
twee moeilijkere passages in dit stuk; de eerste een
heftige stroomversnelling IV+, onderdoor een brug,
voornamelijk heel veel water, overspoelde rotsblokken
en walsen. De tweede is een haakse stroming op de
rotswand met een enorme watermassa, enkele rotsblokken,
golven en walsen. Aan het eind komt nog eens zo'n
10 km stilstaand water van het stuwmeer.
L'Oum Er Rbia: 11 km WW-IV, de rivier is zwaar verblokt
met onoverzichtelijke passages, groot verval (gemiddeld
ruim 20?) en redelijke waterdruk. Met deze waterstand
zijn er zeker 2 stroomversnellingen die een dikke
vier verdienen.
Ruim 20 km WW-III - WW-II(3) voornamelijk boomhindernissen,
nog steeds snelle stroming op 2/3 van dit stuk ligt
een eventueel bevaarbare stuw (opletten voor het grote
keerzog achter de stuw). Vlak voor El Borj zit er
nog een leuke versmalling in de rivier.
Met uitzondering van de
eerste en de laatste vaardag waren er drie begeleiders
(waarvan minimaal twee op het water) en een kok
aanwezig. De gids, Pascal Jullian, beschikt zelf over
een Toyota 4x4, voor vervoer van de overige deelnemers
en een deel van de bagage wordt nog een LandRover met
chauffeur gehuurd. Verder staan er ter beschikking een
aantal koepeltentjes en een keukentent, voor eten en
drinken wordt constant en in voldoende mate gezorgd.
Boten, spatzeilen, helmen en peddels zijn ter plekke
aanwezig, voor de rafters zijn eventueel nog speciale
zwemvesten aanwezig. Pascal beschikt in Marokko over de
volgende polyethyleen boten:
- 1 Taifun
- 2 Gattino's
- 1 Gambler
- 4 Invaders
en heeft verder de beschikking over een 8-persoons raft.
Zelf dien je te zorgen
voor de noodzakelijke kleding e.d., zwemvest en werplijn
en natuurlijk alles wat je zelf denkt nodig te hebben
(zoals zonnebrandolie bijvoorbeeld).
Zeker in deze tijd van
het jaar zijn de betreffende rivieren niet echt geschikt
voor beginners, tevens dienen de deelnemers te
beschikken over voldoende improvisatie en
incasseringsvermogen. Je dient je (in redelijke mate) te
schikken naar de leefgewoonten van de mensen in de
desbetreffende streken.
Zie voor meer informatie over rivieren in Marokko ook
het blad Canoe Kayak nr 114 maart/april 1993.
|
|