Kanoverhalen van 
KanoClub Zeeland


De slome slingeringen van de Lahn
Een kanokampeertocht door Duitsland

Door Peter de Heus

Op het gemak onszelf vaarklaar gemaakt en ingestapt. Na een kleine kilometer gevaren te hebben, kwamen wij in het hoofdvaarwater van de "Lahn" terecht. Alhoewel er beslist geen sprake was van wild water stond er wel flink stroom. Onze snelheid was dan ook aanzienlijk.
Binnen de kortste keren bereikten wij de voor ons eerste sluis. De kanors die voor ons vertrokken waren, waren net de sluis uit en bezig de kolk voor ons weer vol te laten lopen. Deze geste werd zeer op prijs gesteld en later ook door ons opgevolgd. Bediening van de sluizen dient door de vaarders zelf te geschieden. Ze werken volledig op handbediening en ronddraaien van het raderwerk ging, zker bij de eerste sluis, redelijk zwaar. De volgende sluizen waren weliswaar ook handbediend, doch wel met een stukje hydrauliek. Dit scheelde aanmerkelijk in energie en tijd.
De "Lahn" wendt zich in slome slingeringen ogenschijnlijk buiten de bewoonde wereld door het land. Wegen zijn plotseling niet meer te zien. Een dieseltreintje ratelt sporadisch op de linkeroever en verdwijnt in een tunnel. Steile heuvels, waar rotspieken uit naar voren steken, zijn dicht begroeid met bossen. Een vakwerkhuisje blikkert met witgekalkte muren in de verte. Zo nu en dan komt er bij een dorpje het bijbehorende stationnetje in zicht. Af en toe staat er een kasteel, of rune daarvan, op een verre berg. Hier moeten de ontwerpers van Mrklin en Faller hun inspiratie hebben opgedaan. Wij laten ons door de stroom meedrijven, zo nu en dan spelend in een keerstroompje, door een vredig sprookjeslandschap.

Fred ontdekt de eerste buizerd. Er zullen er nog vele volgen. Enige tijd later wordt, eveneens door hem, een rode Wouw gesignaleerd.
In de omgeving van Wetzlar dringt wat verkeerslawaai tot ons door. We varen door een industriegebied en daardoor kruisen zo nu en dan auto(snel)wegen, gelegen op hoge betonnen pijlers, de "Lahn". Dit is echter slechts een ongemak van korte duur.
Inmiddels zijn we in Weilburg aangeland. Hier kom je een unicum voor Duitsland tegen, namelijk een scheepvaarttunneltje door de rotsen van ca. 200 meter lengte. Direct na de tunnel liggen er achter elkaar twee zelfbedieningssluisjes. In de tunnel werd door ons drien onder leiding van Piet het lied "De Twaalf Rovers" gezongen. Dit gaf even later nog aanleiding tot enige verwarring. Op de eerste sluis, direct na de tunnel, bevond zich namelijk een Duits gezin dat in afwachting was van scheepvaart (wij dus). Zij vonden het leuk om de sluis te bedienen. Het galmde echter dermate in deze tunnel vanwege ons gezang dat men niet kon geloven dat dit geluid door slechts 3 personen werd voortgebracht. Men bleef dan ook in het donker staren in afwachting van de overige (niet aanwezige) vaarders. Het duurde even voor we ze van hun ongelijk hadden overtuigd en een aanvang kon worden gemaakt met schutten.
Na deze dubbele sluis gepasseerd te zijn, resteerden nog slechts een paar kilometer tot de camping. Wel hadden wij nog n sluis te nemen. Ok dit ging vlot, waarna al snel ons eindpunt voor die dag in zicht kwam. Een dag overigens, waarop de regenhoeveelheden erg meevielen.
Ons kampement opgezocht, gedouched en ons naar het restaurant begeven om ons een overheerlijke maaltijd te laten voorzetten, waarbij bij minstens twee van ons het oog groter bleek dan de maag. Wat een enorme hoeveelheden vlees en vis werden er op ons bord gedeponeerd. Aan het voorgerecht van Fred, een enorme garnalencocktail, zou je al bijna genoeg hebben gehad.

De volgende dag (maandag) na het ontbijt, met de boemeltrein, die pal naast de camping stopt, de bus van Fred opgehaald en naar het eindpunt van die dag, ca 10 km vr Limburg, gebracht. Daarna met de trein weer terug naar de camping. Deze treinreisjes op zich waren al een leuke gewaarwording. De spoorlijn loopt namelijk grotendeels langs en over de "Lahn". Ook duik je regelmatig spoortunneltjes in. Tel daarbij de prachtige omgeving waarin je vertoeft en de dag kan eigenlijk niet meer stuk.
Na op de camping nog gegeten te hebben zijn we net na de middag richting Limburg vertrokken. De door ons berekende vaarafstand was ruim 20 km. In grote lijnen dezelfde vaaromgeving als de vorige dag, met dat verschil dat er langs de oevers iets meer bebouwing verschijnt. Ook deze dag, naast onze groep, slechts n groepje kanovaarders in twee Canadezen. Het grote verschil met de vorige dag was echter het weer. Hadden wij gisteren slechts sporadisch een regenbuit. Nu ging het, toen we net aan het varen waren, flink plenzen en het hield de rest van de dag niet meer op. De maten werden dan ook steeds stiller,
Na, in de stromende regen, f schuttend, f overdragend, nog een paar sluisjes te zijn gepasseerd, kwamen wij op het beoogde eindpunt aan. De auto stond gelukkig in de buurt en was binnen 5 minuten ter plaatse. De boten opgebonden en ons van droge kleren voorzien.
Chauffeur Fred weigerde echter categorisch te gaan rijden alvorens hij een flinke borrel had gehad. Dus rst de kroeg in. Helaas weinig keuze. Ook hier weer een uitbaatster waar de chagrijn van afdroop. Je zou haast zeggen dat het aan ons lag. Wij zijn echter wel zo arrogant om te veronderstellen dat dit niet het geval was.

Na de borrel richting camping en, zo goed en kwaad als het ging vanwege het slechte weer, ons potje gekookt. Daar de kantine van de camping, buiten het hoogseizoen, op maandag is gesloten en wij geen zin hadden een kroeg op te zoeken, werd de rest van de avond, al keuvelend en borrelend, doorgebracht in de tent van ondergetekende. Het bleef buiten hondeweer.
Dinsdag bleek de waterstand van de "Lahn" in een nacht tijd fors te zijn gestegen en de stroming idem dito. Ons gevoel zei nog een stukje te gaan varen; ons verstand zei echter resoluut "neen". Het was namelijk nog steeds slecht weer, terwijl we daarbij ook nog een terugreis van zo'n 400 km voor de boeg hadden.
Derhalve ons kampement opgebroken, nog steeds in de stromende regen, nog een douche genomen en de terugreis naar Zeeland aanvaard. Onderweg nog een hoop wateroverlast gesignaleerd in de vorm van ondergelopen landerijen, een onder water staande spoorbaan en een half verdronken camping, waarbij het water tot aan de ramen van de caravans stond.
Na een voorspoedig verlopen autorit werd ik keurig door Fred bij Piet thuis afgezet.
Ondanks het matige tot slechte weer houd ik zeer positieve herinneringen aan dit weekend over. We waren het er alle drie over eens ooit nog eens naar dit prachtige vaargebied terug te keren.

Nog wat Algemene Info
De reis
Vanuit Zeeland zo'n 400 km tot aan de Lahn. Voor het pendelen ter plaatse kun je gebruik maken van het plaatselijke treintje.
Kamperen en picknicken
Campings zijn in ieder geval te vinden langs de oevers van de rivier. Houdt er echter wel rekening mee dat buiten het hoogseizoen niet alle faciliteiten beschikbaar zijn.
Weer
In dit geval nogal nat.
Omgeving
De Lahn is een rechter zijrivier van de Rijn met een lengte van 245 km. Hij ontspringt in het Rothaargebirge en mondt bij Niederlahnstein uit in de Rijn. Tot Giessen is de Lahn bevaarbaar d.m.v. vele sluizen. De rivier stroomt door een gebied met vele runes en kastelen.
Taunus: gebergte in de Duitse deelstaat Hessen, begrensd door Rijn, Main, Lahn en Wetterau; tot 880 m hoog. Dichtbeboste, golvende hoogvlakten met kuuroorden (Wiesbaden), land- en bosbouw en wijnbouw op de zuidhellingen.
Giessen: stad in de Duitse deelstaat Hessen, gelegen aan de Lahn, met meer dan 70.000 inwoners. Giessen heeft o.a. machine-, schoen- en textielindustrie. Verder zijn er een cultureel- en onderwijscentrum met o.a. een universiteit (1607), vele musea en een kasteel uit de 16e eeuw.
Kaartmateriaal & scheepvaartverkeer
Informatie is te halen uit "Kanokamperen in Europa" van Jan Eggens.
Op de rivier kom je voornamelijk wat kanors tegen