Den Boer hervindt passie voor outrigger
door René van Stee. donderdag 24 juli 2008

 

HANSWEERT - Op een vakantieweekeinde in Frankrijk met Kanoclub Zeeland kwam Ronnie den Boer per toeval in contact met de in dat land zeer populaire outrigger, een kanotype waarmee ook op zee wedstrijden worden gevaren. Bovendien kreeg de 32-jarige inwoner van Hansweert toentertijd de kans om in een zespersoonsboot mee te doen aan het Open EK. "Het ging puur voor de lol. Ik weet niet eens meer welke plaats we toen haalden, maar het was hartstikke leuk. De echte interesse in de sport had ik nog niet, al zat het wel in mijn achterhoofd", vertelt hij. Hoe anders is het vijf jaar later. Den Boers passie voor de outrigger neigt tegenwoordig bijna naar een verslaving. En hij bedrijft zijn nieuwe sport met behoorlijk veel succes. Want op het prestigieuze North Sea Outrigger Canoe Club Championship 2008 in Knokke haalde de Zeeuw onlangs op 45 deelnemers uit meer dan tien landen de zevende plaats. Niet alleen de Europese top - waartoe onder anderen de Duitsers Frank Eller, Martin Buday en Lars Gunnar behoren - voer de 20,5 kilometer mee op de Noordzee, maar ook de elfvoudige wereldkampioen en semi-prof Karel Tresnak uit Hawaï, waar de sport enorm populair is. "Op de training ging het goed, maar dan ben je in je eentje. Het is dus altijd afwachten hoe het in een wedstrijd verloopt. Op basis van mijn tijden wist ik dat een plek bij de eerste twintig tot de mogelijkheden behoorde. Maar dat ik zevende zou worden, had ik echt niet durven dromen", vertelt Den Boer. Op het andere onderdeel, een afvalrace sprinten over 500 meter, haalde hij een dag later de twaalfde plaats. De deelnemers moesten daarbij vanaf het strand naar hun boot rennen. Vervolgens voeren ze om een boei in het water om daarna weer naar de startplek te rennen.


Ronnie den Boer trotseert de elementen tijdens het North Sea Outrigger Canoe Club Championship voor de kust van Knokke. foto Alain Destoop
"Ook een heel pittig onderdeel", verzekert Den Boer, die vorig jaar hernieuwd met het outrigger-varen in contact kwam tijdens een zoektocht naar een nieuwe kano. Aangezien er in Nederland geen levanciers van dergelijke boten zijn, kwam hij in Knokke terecht. Hij kon er de outrigger kopen die in de wedstrijd van vorig jaar als eerste prijs beschikbaar was gesteld. "De winnaar uit Nieuw-Zeeland kon hem niet mee naar huis nemen. Hij verkocht de boot voor een zacht prijsje. Dat buitenkansje kon ik echt niet laten lopen." In Knokke kwam Den Boer, die al vanaf zijn twaalfde kanoot, er achter dat er nóg een Nederlander actief is in de éénpersoons-outrigger, Rolf Overvliet uit Alkmaar. Met hem wisselt hij regelmatig informatie uit. Beide outrigger-vaarders treffen elkaar ook regelmatig. Om de kneepjes van het vak onder de knie te krijgen, volgde Den Boer in de zomer van vorig jaar een workshop. Daarna was het trainen geblazen. 's Winters peddelt hij voornamelijk op het Kanaal van Goes. 's Zomers ligt zijn trainingswater, de Westerschelde, op een steenworp van zijn huis. "Ik trek er gemiddeld drie keer per week twee uur op uit. Ik leg dan telkens twintig kilometer af, ongeveer de afstand van een wedstrijd. Afhankelijk van het tij of de windkracht en -richting vaar ik bijvoorbeeld drie keer heen en weer tussen Hansweert en 's-Gravenpolder. Ook ga ik wel eens richting de zandplaten." Met name door zijn ruime ervaring op een toch wel risicovol en regelmatig onstuimig water als de Westerschelde voelt Den Boer zich in zijn element. Ook in Knokke waren de omstandigheden enkele weken geleden in zijn voordeel. "Er stond windkracht zes uit zuidwestelijke richting. We konden daardoor zelfs meesurfen op de golven. Echt prachtig. De meeste Duitsers vonden het maar niks. Logisch, want zij zijn meestal binnenwateren gewend waar het rustiger aan toegaat." Hardop dromen van topklasseringen doet Ronnie den Boer nog lang niet. Feit is echter dat hij in Knokke op slechts vijf minuten van de nummer drie Lars Gunnar eindigde. Het gat met winnaar Tresnak was bijna een halfuur. "Die jongen is een klasse apart. Maar voor de rest is er naar mijn gevoel veel mogelijk. Ik moet er wel meteen bij zeggen dat een gat van vijf minuten best wel groot is. Het is te vergelijken met de grenzen die marathonlopers verleggen. Die halen ook niet zo maar tien minuten van hun toptijd af. Ik weet dus wat me te wachten staat. En daar ga ik ook alles voor doen."