Kano-informatie
Zo veel verschillende
wateren, zo veel verschillende boten en peddels.
Hoezo verschillende wateren? Wel voor op zee heb je een heel andere kano
nodig dan voor op wildwater. Om te slalommen heb je weer een hele andere
kano nodig dan om te poloën. En dan heb je ook nog verschillende
manieren van voortbewegen: je kunt peddelen met een dubbelbladige peddel
of met een enkelbladige peddel (een pagaai). De enkelbladige peddel wordt
gebruikt bij de canadese kano, de dubbelbladige peddel bij de kayak (als
verzamelnaam gebruiken we voor het gemak: 'kano'). De canadeesvaarders
zitten bovendien (meestal) op hun knieën in de boot.
De verschillen tussen
allerlei kano's zijn te vinden in de breedte, de lengte en de vorm, en
dan vooral in de vorm van de bodem. Er zijn V-bodems (snel en instabiel),
ronde bodems (stabiel) en platte bodems (stabiel en wendbaar). Alle kano's
zijn in principe waterdicht af te sluiten met een spatzeil over de kuip
(daar waar je zit).
De V-bodem:
Zie je voornamelijk bij de zeekano's en de vlakwater(wedstrijd)kano's.
Deze kano's zijn lang en smal en zodoende snel, ze zijn dan ook geschikt
om lange tochten mee te varen. Zeekano's zijn bovendien voorzien van
waterdichte compartimenten waarin je je bagage en eten mee kunt nemen.
Verder zijn zeekano's voorzien van lijnen (om te slepen) en elastieken
(om bijvoorbeeld een kaart onder te doen). Bij deze kano's horen ook
wat langere, vaak asymetrische, peddels. Bij de wedstrijdvaarders zie
hier vaak de apartste vormen van peddels: de zogenaamde 'wings'.
Een ander type kano dat een v-bodem heeft, is de zogenaamde afvaartkano.
Deze boot wordt vooral gebruikt voor het racen op wildwaterrivieren.
scherpe bodem en lang; de zeekano.
De ronde bodem:
Kom je tegen bij wildwaterkano's (en combi's). Deze kano's moeten stabiel
en toch wendbaar zijn. Ze zijn vaak ook wat breder dan de zeekano's omdat
snelheid toch niet belangrijk is. De laatste jaren worden de wildwaterkano's
steeds kleiner en ook de bodems worden steeds platter, we hebben het dan
over freestyle (of rodeo) kano's. Deze kano's worden gebruikt om (op 1
plaats in een rivier) allerlei stunts uit te halen op wildwater en in
de branding.
Hoe extremer de rivier hoe korter de kano en hoe korter ook de peddel.
Een wildwaterpeddel is meestal een stevige (symetrische) peddel. De meeste
wildwaterkano's zijn tegenwoordig gemaakt van polyethyleen (een bijna
onverwoestbare kunststof).
ronde bodem, stabiel (maar toch...)
De platte bodem:
Kano's waarbij wendbaarheid het belangrijkst is hebben een vlakke bodem.
Deze kano's zijn in het begin heel stabiel totdat je iets te ver overhelt....
Voorbeelden van deze kano's zijn de slalomkano (bekend van de olympische
spelen) die gebruikt wordt om een bepaald parcours op een (kunstmatige)
rivier af te varen in een zo kort mogelijke tijd met zo min mogelijk strafpunten
en de polokayak die gebruikt wordt bij kanopolo (een balspel van 5 tegen
5 spelers; zie kanopolo). Deze wedstrijdvaarders
maken gebruik van een korte en lichte peddel. Ook de kano's zijn licht
(vaak maar 5 of 7 kilo) en meestal gemaakt van een combinatie van kevlar
en carbon.

vlakke bodem, lekker wendbaar!!!
De verdere uitrusting
van een kanoër: Het enige dat bijna elke kanoër heeft, is een
zwemvest. Voor op wildwater een ander model dan voor op zee, maar toch.
Verder moet je denken aan: neopreen pakken, fleece pakken, anoraks, thermisch
ondergoed, helmen, spatzeilen, wanten, moffen, laarsjes, waterdichte schoenen,
sleeplijnen, werplijnen, waterdichte zakken, luchtzakken, vuurpijlen,
kompas, kaarten, getijde atlassen, zwemkleding, zwemdiploma, een bal,
allerlei boeken, eten & drinken, thermosflessen en kratten om het
in mee te nemen. En ja, vaak dan toch ook maar een auto om alles in en
op te kunnen laden.
Je kunt het bijna zo moeilijk maken als je zelf wilt. 't Hangt er helemaal
vanaf wat je doet en hoe fanatiek je dat doet...
Andere kanozaken:
Va'a of outriggercanoe
kanopolo